NGO’s in EU onder druk: Commissie sluit de deur voor publieke belangen
De problemen voor Europese belangenorganisaties stapelen zich op. De Europese Commissie benadrukte november vorig jaar dat milieu-NGO’s financiële middelen niet meer voor lobbyactiviteiten mogen gebruiken, waarbij gedreigd werd subsidies stop te zetten bij overtreding. Daarnaast wachten belangenorganisaties op het gebied van gezondheid nog altijd op financiering uit het EU4Health-programma. Hierdoor zijn verschillende gezondheidsorganisaties in de problemen gekomen, en hebben een aantal organisaties al personeel moeten ontslaan. De financiële problemen worden groter, om nog maar te zwijgen over de inperkingen die deze beslissingen hebben op maatschappelijke organisaties in de bredere Europese democratie.
Het inperken van maatschappelijke organisaties is namelijk al langer onderwerp van gesprek. Zo lijkt de weerstand van president Trump tegen ‘civil society’ ook voet aan de grond gekregen te hebben in Europa. Centrumrechtse en extreemrechtse partijen voeren vanuit de European People’s Party (EPP) al langer een politieke campagne tegen voornamelijk milieu-NGO’s. Zij hebben echter een veel bredere politieke intentie om verschillende initiatieven zoals de Green deal, meer overheidstransparantie, het streven naar gendergelijkheid en het borgen van fundamentele vrijheden, te ondermijnen. En nu zijn dus ook gezondheidsbelangenorganisaties aan de beurt.
Bovendien presenteerde de Commissie vorige week het Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor 2028–2034 waarin voorzitter Von der Leyen lijkt te mikken op meer gecentraliseerde uitgaven en strengere controlemechanismen. Worden gezondheidsorganisaties zo de mond gesnoerd? Wordt invloed op beleid voorbehouden aan grote, gevestigde spelers? Kortom: wat is hier precies aan de hand?
MFK x EU4Health x European Competitiveness Funds
Afgelopen week presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028-2034, met een totaalbudget van twee biljoen euro. Dit meerjarig plan, doorgaans geldend voor vijf tot zeven jaar, bepaalt in grote lijnen hoe de Europese Unie haar middelen verdeelt over verschillende beleidsterreinen. Binnen dat kader ontstaan potjes voor onder meer defensie, digitale transitie, klimaat en volksgezondheid, waarbij de Commissie prioriteit geeft aan bepaalde thema’s. Ter vergelijking was het totaal budget over de periode van 2021-2027 1.074,3 euro (deze werd vastgesteld in 2020).
In het nieuwe voorstel wil de Commissie Von der Leyen enkele belangrijke wijzigingen doorvoeren. Zo stelt zij voor om verschillende uitgavenplafonds te bundelen in één groot Europees Concurrentiefonds (European Competitiveness Fund). Deze centralisatie moet de EU beter wapenen tegen geopolitieke spanningen, de oorlog in Europa, de terugtrekkende Verenigde Staten en opkomende mondiale concurrentie.
De begroting krijgt daarmee een prestatiegerichte en flexibelere opzet, geheel in lijn met Von der Leyens bestuursstijl. De strategische inzet zal zich toespitsen op vier prioriteiten: schone transitie en decarbonisatie; de digitale transitie; gezondheid, biotechnologie, landbouw en bio-economie; en defensie en ruimtevaart.
Binnen het MFK bestaat een jaarlijkse EU-begroting waarin via verschillende programma’s wordt vastgelegd waar, hoe en aan wat het geld wordt besteed. Een daarvan is het EU4Health-programma, met een totaalbudget van €5,3 miljard voor 2021–2027. Het is daarmee het grootste gezondheidsprogramma dat de EU ooit heeft opgezet. De voorganger, het Third Health Programme (2014–2020), had een budget van slechts €449,4 miljoen.
EU4Health financiert gezondheidsorganisaties en NGO’s uit zowel EU-lidstaten als geassocieerde niet-EU-landen. Door de COVID-pandemie veranderde de ambities van de EU en dit leidde tot een flink budgetverhoging op het gebied van gezondheidszorg en crisisparaatheid.
Binnen deze programma’s hebben veel NGO’s met de Europese Commissie het zogeheten Framework Partnership Agreements (FPA’s) afgesloten. Deze afspraken maken het mogelijk om jaarlijks een ‘operating grant’ te ontvangen, structurele steun voor hun organisatie en activiteiten. Hoewel deze subsidie niet automatisch is, stemmen veel NGO’s hun werk en personeel hier wél op af.
De Commissie kiest voor het bedrijfsleven
Tot op heden heeft de EU nog geen financiering vrijgemaakt voor het EU4Health programma van 2025, ondanks afspraken in het bestaande FPA dat gezondheids-NGO’s via operating grants ondersteund zouden worden. En dit is niet voor het eerst dat er een aanval wordt geopend op de financiering van NGO’s. Conservatieve partijen in het Europees Parlement, aangevoerd door de European People Party (EPP), hebben al vaker een bredere strategie tegen NGO’s ingezet. Al sinds 2016 probeert voormalig EPP-Europarlementariër Markus Pieper financiering stop te zetten voor NGO’s die kritisch zijn op EU-beleid. Zijn campagne kreeg nieuwe wind na het Qatargate-schandaal in 2022. Hier zouden Europese parlementsleden op belangrijke posities grote sommen geld of dure geschenken hebben aangenomen van landen zoals Qatar en Marokko, die zo economische en politieke besluiten probeerden te beïnvloeden. Alhoewel daarin slechts één NGO betrokken was, gebruikte de EPP dit als aanleiding om NGO’s in bredere zin verdacht te maken, wat begin 2024 leidde tot parlementaire steun voor een motie met ongefundeerde beschuldigingen.
Ook in 2021 werd de financiering van gezondheids-NGO’s tijdelijk opgeschort na conflicten over het vaccinbeleid en de rol van farmaceutische bedrijven. Dat besluit werd toen, na druk vanuit het Europees Parlement, teruggedraaid.
Terwijl grote bedrijven structureel vertegenwoordigd zijn in het Brusselse lobbycircuit en actief deel uitmaken van het opstellen en beïnvloeden van beleid, worden NGO’s hier vaak buiten gehouden. Het stopzetten van hun financiering dreigt de machtsbalans volledig te laten doorslaan ten gunste van het bedrijfsleven. Dit raakt niet alleen de volksgezondheid, maar ook de kwaliteit en legitimiteit van het EU-beleid.
Tegen deze achtergrond waarschuwen organisaties als Corporate Europe Observatory dat het huidige beleid de deur openzet voor meer “corporate welfare”, EU-steun die vooral het bedrijfsleven ten goede komt, ten koste van klimaatbeleid, biodiversiteit en sociale rechtvaardigheid. In een tijd waarin het vertrouwen in EU-instellingen onder druk staat, is het juist nu essentieel om ruimte te behouden voor maatschappelijk tegenwicht en kritische stemmen.
Samenwerking en visie kunnen gezondheid verankeren in EU-beleid
Deze situatie is ernstig. Hoewel het nieuwe MFK meer geld reserveert voor het Fonds voor Concurrentievermogen (€409 miljard), wordt dit verdeeld over vier brede domeinen. Gezondheid is daarbij ondergebracht in één centrale pot, samen met o.a. klimaat en landbouw. Het gecentraliseerde fonds zal volgens één rulebook functioneren en biedt één toegangspoort tot financiering van de aanvragers.
Wat kunnen de NGO’s en gezondheidsorganisaties dan doen? Het Europees Parlement heeft zich al kritisch uitgesproken tegen het nieuwe MFK. In een resolutie stelt het dat de bundeling van programma’s, waaronder EU4Health, in het nieuwe fonds onvoldoende is. Parlementariërs pleiten juist voor een gericht, zelfstandig gezondheidsfonds.
Als reactie op de focus van de Europese Commissie op concurrentievermogen, heeft de European Public Health Alliance (EPHA) een position paper opgesteld. Daarin benadrukken ze het belang van publieke investeringen in gezondheid, klimaat en internationale stabiliteit, zeker nu deze uitdagingen meer en meer samenkomen. De EU zou deze belangen moeten onderschrijven in plaats van publieke waarden onderbrengen in een competitief fonds, waardoor maatschappelijke onderwerpen zoals gezondheid van mensen in het geding kan komen.
Blijft de financiering voor het EU4Health programma uit, dan zullen NGO’s op den duur formele klachten indienen bij de Europese Ombudsman. Het grootste risico is echter het verlies van vertrouwen, vooral als eerder gemaakte afspraken niet worden nagekomen. De resulterende instabiliteit kan leiden tot onzekerheid binnen het maatschappelijk middenveld. NGO’s zetten zich in voor gezamenlijke verantwoordelijkheid rond gezondheid, natuur en klimaat, maar krijgen daar steeds minder ruimte voor doordat hun middelen worden ontnomen. Dit ondermijnt de stemmen die opkomen voor het algemeen belang en tast op termijn ook de Europese solidariteit aan.
Door: Tijn Stockmann