Actueel

Democratie onder druk? Ja, maar juist daarom is er hernieuwd geloof

Wie de afgelopen maanden en jaren het publieke en intellectuele debat heeft gevolgd kan bijna niet optimistisch zijn over de staat van de democratie. Antidemocratische en populistische partijen winnen in veel landen terrein, de controlerende rol van NGO’s in Brussel staat onder druk, Trump breekt in recordtempo de Amerikaanse democratie af en de veiligheid van democratieën wereldwijd wankelt door een oprukkende Poetin en een dreigend China.

De vergelijkingen met de jaren ’30 van de vorige eeuw waarin de binnenlandse dreiging van fascisme en communisme samenkwam met de buitenlandse dreiging van assertieve staten, zijn dan ook niet van de lucht. In het Duitsland van de jaren ’30 wordt de leider van de grootste partij geen premier, omdat andere partijen weigeren met hem samen te werken vanwege zijn extreme gedachtengoed. In plaats daarvan volgen grijze partijloze kanseliers elkaar op; wankel, extraparlementair, en steeds verder losgezongen van een democratische meerderheid. Intussen neemt de polarisatie verder toe en brokkelen de beschermmuren van de democratie – vrije pers, onafhankelijke NGOs en kritische onderwijsinstellingen – langzaam maar zeker af. Tot nu toe herkenbaar?

Dat we onze democratie en vrijheid te lang voor lief hebben genomen, is dan ook bijna een cliché geworden. Tegelijkertijd is juist dit cliché een voorteken dat de interne en externe dreigingen leiden tot een herwaardering van de democratie. Te midden van alle dreigingen ontstaat er in Nederland en Europa de laatste maanden iets hoopvols: het besef dat democratie niet vanzelf spreekt, en dat burgers en maatschappelijke organisaties – u en ik dus – haar moeten verdedigen.

Cynisme, onverschilligheid en voortekenen van hoop

Dit herwonnen geloof is des te belangrijker omdat de geschiedenis ons leert dat democratie meestal niet bezwijkt onder aanvallen van haar interne en externe vijanden, maar door het verlies van geloof onder haar eigen burgers. Aanvallen van antidemocraten op instituties, NGOs of de rechtsstaat zijn gevaarlijk, maar de ware bedreiging is dat gewone mensen deze aanvallen met onverschilligheid begroeten. Het volk is immers het hart van ons politiek systeem: zonder demos geen democratie.

En die onverschilligheid is er al. Wie écht luistert naar kiezers van partijen met antidemocratische elementen – of dat nu PVV of AfD is – hoort vaak geen blind fanatisme. Het is eerder een schouderophalen. Ze erkennen soms zelfs de extremen van hun politici, maar geloven niet meer dat het er werkelijk toe doet, of dat alleen deze politici nog geven om mensen zoals zij. Het goede nieuws is dat dit cynisme ruimte laat voor herontdekking. Veel mensen hebben hun vertrouwen in de politiek verloren, maar hebben de democratie nog niet volledig afgezworen. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard – maar het kan ook weer terugkeren.

Gelukkig kunnen we de eerste voortekenen ontwaren van een hernieuwd geloof. Volgens een recent onderzoek van het RTL Nieuws-panel voelt 65 procent van de Nederlanders dat onze democratie onder druk staat. Toch neemt het vertrouwen in de democratie niet af en wil het merendeel van de bevolking dat er oplossingen komen binnen het systeem. Daarnaast neemt de bereidheid toe om onze staat desnoods met inzet van leven en welzijn te verdedigen. Of zoals onderzoeker Pieter Paul Verheggen stelt: ‘’Mensen hier hebben steeds sterker het gevoel dat hun democratie, hun manier van leven op het spel staat. Ze zijn bereid daar desnoods iets voor op te offeren.”

We zien dit ook in de politiek. Partijen die de democratie onder druk zetten, verliezen iets terrein. Traditioneel democratische partijen – van PvdA/GroenLinks en CDA tot D66 – laten weer lichte groei zien. Zelfs binnen de VVD klinkt nu openlijk dat samenwerking met de PVV een doodlopende weg is. Klaas Dijkhoff en zijn Voor Ons Nederland stellen zelfs dat de echte scheidslijn niet meer loopt tussen links en rechts, maar tussen democratie en antidemocratie. Dat zijn geen radicale omwentelingen, maar wel signalen dat de politiek begint te beseffen dat er meer op het spel staat dan alleen macht. 

Ook in het buitenland dringt dit besef door. Voor de Duitse verkiezingen afgelopen februari demonstreerden 160.000 Duitsers tegen de samenwerking van de Christlisch Demokratische Union (CDU) met de radicaalrechtse Alternative für Deutschland (AfD). Onder het motto ‘’Demokratie braucht dich’’ (De democratie heeft je nodig) waren het er een week later in München wel 200.000

Sneeuwklokjes

Misschien lijken deze tekenen marginaal. U hoeft de krant maar te lezen of kunt u me om de oren slaan met een reeks negatieve ontwikkelingen die genoeg reden bieden voor pessimisme. Maar ook dan is er reden tot hoop. Hoop is namelijk niet hetzelfde als optimisme. Václav Havel, dissident en later president van Tsjechië, schreef ooit: “Hoop is niet de overtuiging dat iets goed afloopt, maar de zekerheid dat iets zinvol is, ongeacht de afloop.”

Juist daarom is het zo belangrijk dat we het niet bij enkel bewustzijn laten, maar hoop ook blijven zien als een verplichting tot handelen. Hoop moet uiteindelijk betekenen dat genoeg van ons blijven stemmen, blijven demonstreren en blijven vechten voor de maatschappelijke doelen waar uw organisaties voor staan. Want onderschat uw werk niet: burgers die zich verenigen en zich inzetten voor goede doelen, inspraak en maatschappelijke betrokkenheid zijn een vitaal onderdeel van de maatschappelijke liberale democratie.

Zoals sneeuwklokjes hun fragiele kopjes door de sneeuw steken, verschijnen nu de eerste tekenen van een hernieuwd geloof in de democratie. Klein, kwetsbaar en nog onlosmakelijk verbonden met de winter waaruit ze oprijzen. Maar juist daardoor des te overtuigender.

Het is misschien wel de belangrijkste boodschap van deze verkiezingscampagne: democratie is niet vanzelfsprekend. Dit vraagt van ons dat we hoop houden en onze democratie verdedigen, niet omdat we zeker weten dat ze standhoudt, maar omdat we geloven dat ze de moeite waard is om voor te strijden.

Door Tom Lubbers